Lees de tekst nog niet.
Kijk naar het plaatje.
Wat zie je al?
Welk woord past niet bij het plaatje?
 
Ben jij weleens op vakantie geweest naar het buitenland? Ging je ver weg of dichtbij? Als je in een ander land op vakantie bent, ben je een toerist.

Hoe reis je?
Ga je naar een land dichtbij of juist ver weg? België ligt in Europa. Dat is het werelddeel waar wij wonen. Frankrijk ligt ook in Europa. Daar kun je met de auto naartoe. Je bent dan wel lang onderweg. Je kunt ook met het vliegtuig, maar het hoeft niet. Ga ja naar Amerika, dan moet je wel met het vliegtuig. Je kunt daar niet met de auto naartoe rijden. Over het water kun je ook met de boot, maar dan ben je heel erg lang onderweg. Er zijn ook veel landen waar je met de trein of de boot naartoe kunt.
Waar slaap je?
Als je op reis gaat, bepaal je ook waar je gaat slapen. Veel mensen slapen in een tent of een caravan. Ze staan dan op een camping. Je kunt ook naar een hotel. Dat is een groot gebouw met heel veel slaapkamers. De slaapkamers hebben ook een badkamer en misschien ook een eigen koelkast. Er zijn ook mensen die rondtrekken. Zij reizen door een land en slapen niet op één plek.
Wat ga je doen?
Wat ga je doen als je in het vakantieland bent? Als je in een warm land bent, kun je zwemmen en aan het strand spelen. In een land met bergen kun je mooi wandelen en in de winter natuurlijk skiën. Je kunt naar de stad om te winkelen. Misschien koop je er wel een souvenir. Dat is een aandenken aan de reis, een herinnering. Dit kun je kopen met geld. In de landen in Europa kun je met hetzelfde geld betalen als in België. Ga je verder weg? Dan moet je misschien met ander geld betalen. Je kunt dan je eigen geld inwisselen voor het andere geld. Dan kun je spullen kopen in het vakantieland.